DE ULTIEME SCHIJNVERTONING: goochel-act voor gepelde mandarijn en vochtegge doekjes op de klanken van een onbekend beatles nummer

 

de dichter/schrijver jozef van rossum borduurde door middel van een lezing voort op het thema schijnbeweging. _kruissteeksgewijs reeg hij de onderwerpen cinéma, muziek, de literatuur, het internet en de beeldende kunst aan één rode draad. _verder vertelde van rossum over vochtige doekjes of, zoals hijzelf zegt: vochtegge doekjes (omdat die meestal door ongeletterden worden gebruikt). _hij sloot zijn betoog af met een goochel-act. De kostumering kwam uit de handen van barbara witteveen

Jozef van Rossum, Vochtige Doekjes

DE SCHIJNBEWEGING IN DE CINÉMA

Jozef van Rossum, Schijnbeweging

bij het licht van een bewegend schijnsel uit een defecte filmprojector haalt van rossum cinématografische herinneringen op

 

DE SCHJNBEWEGING IN DE MUZIEK

Jozef van Rossum, Schijnbeweging

van rossum speelt een opname van de vorsetzer (een piano spelende automaat) af, die opus 51 no. 3: 'gevleugeld gedicht' van alexander skrjabin afspeelt

 

mp3 audio file

file size: 748 kb / dur: 1:16

 

der Vorsetzer

DE SCHIJNBEWEGING IN DE LITERATUUR

MP3 audio file / file size: 608 KB / dur: 00:38 min.

van rossum misleidt de luisteraars van radio centraal in antwerpen door het gedicht 'havenpoësie 2' met een electronisch vervormde stem voor te dragen vanuit de warme studio en niet vanuit de gesuggereerde kille telefooncel. _uitzending 'universeel programma' van jozef van rossum en hewald jongenelis op 20 december 1987

 

DE SCHIJN IN DE BEELDENDE KUNST

Jozef van Rossum, Schijnbeweging

"zelf zou ik een kermisversie hebben gemaakt, gewoon van plastic met nepstenen, dan zou het pas échte kunst zijn!"

oud en nieuw

en ik wil het dus niet hebben over die schedel in het rijksmuseum, die dure, met die briljanten etcetera, want laatst hoorde ik ruud lubbers in een reclamespotje op de radio. _met zijn typische, raspende stem leek ook het geknars van een langspeelplaat mee te tikken. _het geknars van de vergetelheid. _flarden uit vroeger tijd kwamen boven... zoals, heel simpel: het duizend-dingen-doekje

duizend? _zesduizend: onlangs is de koninklijke subsidie uitgereikt aan weer nieuwe namen, onbekende, nu wat bekender. _zo zal het enkelen van hen vergaan over pakweg dertig jaar: als vanzelf klinkt bij het zien van hun werk monofoon bonkende rap mee. _het gebonk van de vergetelheid in dat geval. _zucht u even mee met die vergetelheid, die tijd en die eeuwige dood? _neem de tijd of de dood als onderwerp en je bent klaar. _immers, de dood knaagt aan ons en de snelheid wordt aangegeven door de tijd die je nog rest, niemand ontkomt daar aan

een klein tekeningetje komt me nu voor de geest, een heel bescheiden werkje, meer een aantekeningetje. _het is van james ensor getiteld ‘ikzelf in 1970’ en het stelt een lachend geraamte voor, geleund tegen een boom

ik wilde het er niet over hebben, maar het is best een goed ding: for the love of god, zo heet die schedel toch: het heeft de dood als thema en het ligt geheel in lijn met het ultieme materialisme dat velen tegenwoordig najagen. _zo’n ding kan ook alleen maar opborrelen in een wereld waar van alles scheef zit. _een gouden kalf. _hele volksstammen begrijpen het. _zelf zou ik een kermisversie hebben gemaakt, gewoon van plastic met nepstenen, dan zou het pas échte kunst zijn. _niemand ziet het verschil. _wat zou die schedel een pret hebben om de zich vergapende meute. _ik zou met hem mee willen kijken voor één dag, niet langer, want ik moet als iedereen weer verder...

en nu, nu de herfst met de blaren speelt, is de sterfelijke natuur weer ons deel. _de bomen worden kaal, of naakt, geven zich prijs, hoe je het maar wil. _sommigen zijn ons ontvallen, zoals recent een dierbare vriendin. _dat mocht niet gebeuren, maar het is desondanks gebeurd. _ook mijn naam zal eens met automatisch geruis opklinken en tot dan zeg ik: ‘on-no-duy-ve-né-de-wit’. _ik zie u denken: wie was dat ook weer? _of bent u hem vergeten?

jozef van rossum

(uit: de kantlijn / kunstjournaal uit de zuidelijke nederlanden / jaargang 3, nr. 09 / pagina 20)